Artsen zijn er om je beter te maken. Zij dragen de verantwoordelijkheid voor het leven. De arts treedt op als gids in een wereld waarin veel van ze gevraagd wordt en de werkdruk torenhoog kan worden. Als niemand het meer weet, weet de arts wel raad. Passie voor het vak blijkt de allerbelangrijkste voorwaarde te zijn om te overleven. Ontmoet de cardioloog, de anesthesioloog en de pas afgestudeerde basisarts en beschouw hun visie op thema’s als werkdruk, verdriet, trauma, levensovertuiging en ontspanning. Ga mee, In het hoofd van de arts.      

Het overkomt ons allemaal een keer Isabelle, dat je iemand naar huis stuurt die de volgende dag met een heel groot infarct binnenkomt.

Prof. dr. Isabelle van Gelder, cardioloog

Prof. dr. Isabelle van Gelder kreeg deze woorden tijdens haar opleidingstijd in Groningen te horen van een docent. Wanneer de klachten niet overduidelijk aanwezig zijn, denk ik wel eens: ‘Oh god, als ik die meneer maar niet naar huis stuur en dat ‘ie de volgende dag met een hartinfarct binnenkomt’, aldus Isabelle.Isabelle van Gelder is hoogleraar en werkt inmiddels twintig jaar als cardioloog in het UMCG in Groningen. Vanaf 1986 loopt ze rond op de afdeling cardiologie. Eerst als onderzoeker, waar ze baanbrekend onderzoek heeft verricht op het gebied van hartritmestoornissen en daarna als cardioloog. De wereld van de cardiologie, een snelle mannenwereld, schrok Isabelle toen zij begon aan haar studie, niet af. Het heeft haar juist doen knokken voor haar passie om alles te weten te komen over het, naar haar zeggen, toch wel allermooiste orgaan in het lichaam: het hart.  

Eigenlijk wilde ik internist worden, ik werd tijdens mijn opleidingstijd per toeval benaderd door een professor die iemand nodig had voor zijn onderzoek omtrent hartritmestoornissen. We onderzochten hoe we mensen met hartritmestoornissen met een nieuw medicament konden behandelen. Dat vond ik erg mooi en spannend, dit gebeurde namelijk op de hartbewaking. In die tijd hebben mijn begeleiders me enthousiast gemaakt voor het cardiologenvak, wat ik een vak van de snelle jongens vond.In Isabelle’s opleidingstijd was het veel ongebruikelijker dat vrouwen zich specialiseerden dan dat het nu is. In de collegebanken zat zeventig procent man en dat is nu omgekeerd, de collegebanken zitten anno 2014 voor zeventig procent gevuld met vrouwen. Isabelle moest knokken voor haar plekje. Wanneer ik aan het bed van de patiënt stond naast een broeder, dachten de patiënten dat hij de dokter was en ik de zuster. Zo is dat lang geweest, maar ik werk altijd prettig samen met mijn mannelijke collega’s. De mannengrapjes? Ach, daar ben ik aan gewend, ze doen me niks.Isabelle heeft haar leven lang zeer doordachte keuzes gemaakt. Met haar hart verknocht aan haar carrière heeft ze samen met haar partner besloten om geen kinderen te nemen.
Isabelle op de hartafdeling

Dr. Markus Klimek, anesthesioloog

Wat zou de toegevoegde waarde zijn als de anesthesioloog van vertwijfeling en teleurstelling huilend op de OK staat terwijl de patiënt het slecht doet?

Dr. Markus Klimek is een rationele denker. Het uitschakelen van de emoties is een randvoorwaarde om met stressvolle situaties om te kunnen gaan, zodat daar waar het nodig is er professioneel en snel gehandeld wordt. Het zit in mijn persoonlijkheid. Omgaan met stress is één van de kenmerken van mijn beroep als arts. Markus Klimek heeft ergens tussen vervangend afdelingshoofd anesthesie, docent, begeleider, voorzitter van de MIP (Meldingen Incidenten Patiëntenzorg) commissie en neuro-anesthesioloog zijn nest gebouwd, en daar zit het heerlijk. Markus werkt in het Erasmus MC in Rotterdam sinds het jaar 2002, waar hij direct ook de wakkere hersenoperaties introduceerde, een techniek die hij in Keulen heeft geleerd. Dat is niet mis, een wakkere hersenoperatie is namelijk aangrijpend. Toch heeft het veel voordelen om de patiënt wakker aan een hersentumor te opereren, omdat de chirurg op deze manier ontdekt wanneer er tumorweefsel of gezond weefsel weggehaald wordt. Dat wordt zo getest: ‘Voordat de chirurg weefsel weghaalt geeft hij een elektrische stroomstoot op punten in de hersenen. Als er dan functies spontaan optreden in de vorm van spasmes of functies vallen spontaan uit, weet de chirurg dat hij daar niet kan snijden. Zo lukt het om zoveel mogelijk van de tumor te verwijderen zonder de functies van de patiënt te beschadigen.’ Zijn mobieltje staat alleen in het vliegtuig en in de sauna uit, ‘en beide doe ik niet zo vaak’, aldus Markus. Binnen het ziekenhuis heeft Markus veel belangrijke rollen, rollen met enorme verantwoordelijkheid: ‘Ik draag voor de tijd dat de patiënt het niet zelf kan controleren de verantwoordelijkheid voor zijn leven. Ik moet de zuurstof geven, de beademing waarborgen, het bloedverlies dat de chirurg veroorzaakt weer aanvullen en ze stabiel en veilig in slaap houden.’ De verantwoordelijkheid voelt voor Markus vooral leuk, al is het wel een bewuste keuze om er doortastend mee om te gaan. Ik denk dat we af moeten van de illusie dat de dokter altijd op alle momenten exact weet wat er met de patiënt aan de hand is. Vaak, als complicaties zich op de OK voordoen, kunnen we dit combineren. Als de chirurg net in een groot vat heeft gesneden en de bloeddruk gaat omlaag, dan kan ik daar samenhang in construeren, maar soms daalt de bloeddruk ook zonder dat ik direct weet wat de oorzaak daarvan is. Dan moeten we op basis van ervaring en inschatting van de situatie een werkhypothese maken: wat is er waarschijnlijk gebeurd en hoe is dit opgelost?’ Markus is als neuro-anesthesioloog betrokken bij hersenoperaties, vaak zijn dat wakkere hersenoperaties. ‘Neurochirurgische operaties duren gemiddeld vier uur, een normale werkdag op de OK duurt acht uur. Dus op de dagen dat ik op de OK sta, zijn er gemiddeld twee operaties per dag. Er zijn ook regelmatig operaties die langer duren, acht tot twaalf uur. Dan wordt alleen die operatie uitgevoerd. Het is altijd zo verleidelijk voor mensen om te denken dat hoe meer operaties we uitvoeren, hoe productiever we werken, maar je moet ook altijd rekening houden met de complexiteit van de zorg die je verleent. Daarin is de hersenchirurgie toch even iets anders dan een kijkoperatie van de knie van een gezonde sporter. Anesthesiologen en chirurgen hebben hetzelfde doelorgaan.’
               
Markus' naambordje

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Eerste operatie

Voor de eerste keer opereren in een bij bewustzijn persoon. Het was voor Markus een spannende gebeurtenis. ‘Ik heb de nacht voor de grote dag ietsjes minder geslapen dan normaal. Die eerste keer was voor mij heel bijzonder en speciaal, maar op een gegeven moment heb je je zo goed voorbereid dat je niets meer kunt doen, dat gaf mij toen en geeft mij nog steeds rust.’ Markus weet het nog goed: 14 maart, 1996 in Keulen.Ik was toen nog relatief jong in opleiding toen een neurochirurg me aansprak om de anesthesie te verzorgen voor een wakkere hersenoperatie. Wij waren de eerste in Keulen en er bestond nog geen protocol of richtlijn voor. ‘Dat is toch leuk voor jou? Ga jij dat maar regelen,’ zei mijn mentor. Ik ben gelijk gaan informeren bij het ziekenhuis in München, waar ze al wakkere hersenoperaties uitvoerden en ik heb mij verdiept in het beetje literatuur wat erover bestond.’ ‘Heus niet alles wat mij verteld werd leek mij verstandig, dus in alle eigenwijsheid heb ik nog vóór de eerste patiënt, zonder dat wij het ergens elders konden bekijken die ene week, wijzigingen toegepast. Ik en mijn team hebben ons best gedaan om de operatie veilig en verantwoord op te zetten, we hebben goed over alles nagedacht en goede gesprekken gevoerd met de patiënt. Tegenwoordig kan ik de patiënt twee uur aan filmpjes en PowerPointpresentaties laten zien over hoe de operatie eruit komt te zien. Toen heb ik het geïmproviseerd aan de patiënt moeten vertellen. Uiteindelijk is de operatie helemaal goed gegaan. Ik zou het nooit nog een keer zo doen, maar daar leer je dus ook van. Als complicaties of afwijkingen acuut zich voordoen, kom je daar wel uit. Door goed te lezen over andermans bevindingen hebben we uit deze verschillende recepten onze eigen cocktail gemengd, maar spannend was het zeker.’

Dr. Renske Bolt, basisarts

‘Waarom moest en zou ik dokter worden? Ik vind het heel moeilijk eigenlijk om dat uit te leggen, dat is iets, dat zit zo in mij.’

Nog maar net een halfjaar is ze afgestudeerd, dr. Renske Bolt. Met een frisse blik staat Renske als jonge arts in de medische wereld. Haar laatste coschappen had ze kunnen lopen op Curaçao, maar Renske koos voor Sneek en haar leven in Nederland samen met haar vriend. Renske werkt nu in de kinderpsychiatrie bij Kinnik, een psychiatrisch behandelcentrum voor kinderen en jongeren. ‘Tijdens mijn studententijd kwam ik er achter, ik moet met mensen werken en dat moet gaan over het net iets beter maken voor een ander persoon.’ Renske was als klein kind altijd in de praktijk van haar vader te vinden. ‘Ik klom dan in de wachtkamer op schoot bij patiënten. Ik kan me nog herinneren dat er een patiënt met een te hoge bloeddruk geregeld langskwam voor controle. Wanneer ze in de wachtkamer zat werd ik de wachtkamer ingeduwd en dan zei ik: ‘Boekje lezen?’ Ik kroop bij haar op schoot en zij begon voor te lezen en daarna, als ze dan voor haar controle kwam, was de bloeddruk weer helemaal goed.’ ‘Toen ik iets ouder werd mocht ik mijn vader assisteren, bijvoorbeeld bij een hechting. Ik mocht dan deppen, dat vond ik fantastisch, want ik mocht weer iets met bloed doen. Ik wist dus al heel jong dat ik arts wilde worden. Dat is toch prachtig, dat het er dan al blijkbaar zo in zit!’
Volgende hoofdstuk
Het vak